op de him

Hoe een turboboer verdween uit Jorwert

Het was geen paulusbekering van Auke en Rennie Stremler uit Jorwert. Ze groeiden min of meer noodgedwongen van een intensieve melkveehouderij naar een natuurboerderij. Maar ze genieten er dagelijks van.

INTERVIEW THEO KLEIN

“Ik was een echte turboboer”, zegt Auke Stremler zonder een moment van twijfel. “Zoveel mogelijk melk tegen een lage prijs. Zo had ik het op school uit de boekjes geleerd: meer, meer en nog meer uit je koeien halen.”

FOTO: SHUTTERSTOCK
FOTO: SHUTTERSTOCK

Samen met zijn vrouw Rennie bestiert hij nu natuurboerderij Op de Him in Jorwert waar de supermelkkoe Holstein-Friesian inmiddels heeft plaatsgemaakt voor onder meer de blaarkop en waar het niet meer gaat om zo veel mogelijk liters melk.

Dat meer en meer melken was indertijd nodig door de zware financiering van de melkveehouderij die het echtpaar in 2002 van Stremlers ouders had overgenomen. Stremler: “Met een zwaar gefinancierd bedrijf loop je altijd achter de feiten aan. Een sluipmoordenaar, die financiële last.”

Schuldsanering

Met dertig hectare grond en negentig koeien was het aanpoten om het hoofd boven water te houden. Toen in 2008 de melkprijzen ook nog richting de twintig cent daalden, leek het einde inzicht. “We gingen naar de boekhouder met de vraag: wat brengt het op als we nu stoppen?” Het antwoord was kort maar krachtig: “Dan kom je in de schuldsanering.”

De Ruilverkaveling Baarderadeel werd de redding. Zo’n 300 hectare van de Lionserpolder moest natuurgebied worden. Daar was onder de boeren, ook bij de Stremlers, veel verzet tegen. Waarom natuur maken van zulk mooi land in de Greidhoeke? “Er werd ons, naast de dertig hectare die we al hadden, eenzelfde stuk land aangeboden in het aangrenzend natuurgebied. Ons werd voorgesteld daar aan weidevogelbeheer te doen. Nee dus, was mijn reactie. Natuurgras levert veel te weinig eiwit en energie voor holsteiners. Dan moet er veel krachtvoer bij en dat kostte te veel.”

Natuur is niets voor mij, was Stremlers korte boodschap aan de ruilverkavelingscommissie. Alternatieve locaties kon hij echter niet vinden. Als kleiboer was het boeren op zand of veen geen optie. Ophouden, was de heersende gedachte.

Blaarkop

Hij trof echter een collega-boer uit de polder die tevens een adviesbureau had.”Die wees ons op de blaarkop. Anders dan de holsteiner doet de blaarkop het goed op het schrale natuurweiland. De holsteiner is een topsporter. Heeft veel eiwitrijk gras en krachtvoer nodig.”

Stremler zag niet veel in een overstap naar de blaarkop. “Rennie zei gelijk: ‘Leuk die blaarkoppen.’ Ik vond het maar niks: een korte, brede, platte koe waar geen melk in zit. Ze leverde gemiddeld 3000 liter minder melk op.”

Een pluspunt: die melk was wel vetter en eitwitrijker. Nog een pluspunt: geen krachtvoer scheelde een forse kostenpost op de balans. Uiteindelijk kozen de Stremlers in 2010 voor doorgaan mét blaarkoppen. “Ik had nog een vat vol spermarietjes van holsteiners. Die heb ik via Marktplaats verkocht.”

Auke Stremler: ,,Blaarkoppen geven minder melk, maar zijn heel geschikt voor natuurgrasland." FOTO: MARCHJE ANDRINGA
Auke Stremler: ,,Blaarkoppen geven minder melk, maar zijn heel geschikt voor natuurgrasland.” FOTO: MARCHJE ANDRINGA

Het boerde leuk met weidevogels, maar zo zouden we het niet redden

Natuurwaarde

Kostte het Stremler zelf de nodige moeite overstag te gaan, zijn innerlijk verzet tegen natuurboeren was niets vergeleken met het verzet van de bank. “We konden dertig hectare grond tegen natuurwaarde kopen. Dat scheelde 85 procent. Maar de bank wilde niet lenen. Boeren met natuur was voor haar als vloeken in de kerk.”

Dankzij de welwillendheid van de provincie, die een stuk grond van Stremler in een natuurgebied tegen 85 procent van de agrarische waarde kocht, wist de boerenfamilie de financiering rond te krijgen. Verder kwam er ook een vergoeding voor weidevogelbeheer.

De Stremlers brachten het aantal koeien terug van 90 naar 75 en in 2012 hadden ze de eerste melk van de blaarkoppen. “We wisten niet hoe het kwam. Die koeien zijn pittige tantes, heel anders dan de holsteiners. Ik ben altijd iemand van opschieten, we moeten door. Maar dat werkt bij de blaarkop averechts. Die houden van relaxed boeren. Dat bleek achteraf ook goed voor mij.” Stremler keek het drie jaar aan. “De conclusie was duidelijk: het boerde heel leuk met weidevogels, maar als we zo doorgingen zouden we het niet redden.”

In biologisch boeren zat misschien meer muziek. “In feite voldeden we al aan de regels daarvoor. Met een biologisch keurmerk kreeg je indertijd twaalf cent per liter extra.”

Adviseur Kees Water, gespecialiseerd in het omschakelen naar biologisch boeren, berekende of het voor hen uit kon. “Twaalf cent op een liter klinkt mooi, maar biologisch voer voor je koeien is wel 30 procent duurder. En je hebt meer grond nodig, omdat je volgens de regels van 2,5 koe naar 1,5 koe per hectare moet gaat. Daarom is het nu voor veel boeren zo verrekte lastig om om te schakelen als je zeventig- tot tachtigduizend euro voor een hectare moet betalen.”

Keurmerk

Toen het keurmerk in 2017 binnenkwam, kon bij de Stremlers de vlag uit. ,,Het gevoel dat we biologisch boerden was er al jaren, maar nu hadden we de échte beleving.” In die tijd was Rennie met de boerderijwinkel begonnen, waar naast zuivelproducten en vlees van de eigen koeien, ook biologische groenten en fruit worden aangeboden. “Blaarkoppen zijn dubbeldoelkoeien. Als ze geen melk meer geven, gaan ze het natuurgebied in en groeien ze langzaam op tot ze goed vlezig en slachtrijp zijn.”

Het kaas-, yoghurt- en ijsmaken besteden ze uit. Rennie: “Zelf zuivelen lijkt me heel leuk, maar dat betekent ook investeren in machines. Er zou ook een gebouw bij moeten om de kaasmakerij onder te kunnen brengen.”

Voor hun weidegrond was de omschakeling ook wennen. Auke Stremler: “De eerste paar jaar was de opbrengst nog goed, maar drie, vier jaar verder werd het gras minder. Het was lui geworden door alle toevoegingen die we in de jaren daarvoor erop hadden gegooid. Vooral in droge perioden stond het er snel magertjes bij.”

Het inzaaien van klavers en ook de tijd deden wonderen. “Na vijf, zes jaar was de grasproductie weer op niveau. Sterker nog: bij droogte staat het er, dankzij diepere worteling, nu beter voor dan bij gangbare boeren.”

Spannende tijd

De omschakeling van turboboer naar natuurboer was een spannende tijd. ,,De vraag of het wel goed zou komen, heeft wel zes jaar door mijn hoofd gespookt”, erkent Rennie. “Het lijkt achteraf een succesverhaal”, vult Auke aan, “maar het was een periode met pieken en dalen. Is er wel licht aan het eind van tunnel, vroegen we ons geregeld af. Maar soms moet je gewoon dingen doen en dan maar zien waar het schip strandt.”

Na de omslag naar biologisch boeren had Stremler zin om nog een stapje verder te gaan: biologischdynamisch boeren. “It Fryske Gea had een lap grond bij Oudega in Smallingerland en vroeg of wij er wilden weiden. Ik volgde al een cursus biologisch-dynamisch boeren bij de Warmonderhof. Daar ging een wereld voor me open. Daar kreeg ik heel andere inzichten dan die ik eertijds op de landbouwopleiding meekreeg. Werken met de natuur en de elementen, in plaats van alles naar je hand proberen te zetten.”

Net toen het allemaal lekker draaide, leek het schip alsnog te stranden. “Ik kreeg in 2020 een burn-out. Kon echt niets meer doen”, blikt Stremler terug.

Een weerslag na jaren van spanningen bij het inslaan van nieuwe wegen? “Dat zou ermee te maken kunnen hebben. Zoon Rein sprong bij en”wist samen met Rennie de boerderij draaiende te houden. “Door mijn burn-out waren we al gestopt met het beheer van het Fryske Gea-gebied. Veel te veel heen en weer gevlieg. Toen het wat beter met me ging, deed mijn zoon het zware werk en ik meer de regeldingen.”

Begin dit jaar kondigde Rein echter aan dat het boerenleven toch niet zijn ding was. “Hij was ingesprongen om mij te ontlasten. Gek genoeg toont hij zich nu meer betrokken bij de boerderij dan toen hij er werkte.”

Voor de Stremlers betekende het dat ze niet op dezelfde voet konden doorgaan. “We huurden personeel in van AB Vakwerk. Maar met 75 koeien werden de maandlasten te hoog.”

Stap uit je comfortzone. Je hebt veel meer lol in je werk

Rennie Stremler in de natuurwinkel die ze bestiert. Rijk worden ze er niet van, maar de winkel heeft ook een sociale functie, vindt ze.FOTO: MARCHJE ANDRINGA
Rennie Stremler in de natuurwinkel die ze bestiert. Rijk worden ze er niet van, maar de winkel heeft ook een sociale functie, vindt ze. FOTO: MARCHJE ANDRINGA

Er ging een wereld voor me open. Daar kreeg ik heel andere inzichten dan die ik op de opleiding meekreeg

Stoppen

Dan maar rigoureus stoppen met de melkveehouderij, besloten Rennie en Auke. “We zouden nog zo’n vijftien koeien overhouden voor melk, kaas en vlees in de boerderijwinkel. En alles biologisch, want biologisch boeren heeft toch echt de toekomst”, gelooft Auke.

Een veehandelaar werd gebeld en die kreeg de opdracht zestig koeien te verkopen. “De handel in koeien lag echter op z’n gat. Op een gegeven moment hadden we er nog veertig. Rennie vroeg me hoe het met die veertig koeien qua werk ging. Eigenlijk prima, moest ik toegeven. Dus we houden toch meer koeien dan we eerst van plan waren en gaat een deel van de melk naar de fabriek.”

Met weinig kosten, veertig koeien en de boerderijwinkel hebben de Stremlers het financieel beter dan toen ze in 1996 begonnen. Rennie: “We hebben ook nog gedacht aan een zorgboerderij, maar we redden het nu prima. Wij doen wat bij ons past. Alles is beter in balans, het land, de koeien en wij zelf.”

Kloof verkleinen

Rijk van de winkel worden ze niet, maar die heeft ook een sociale functie. Rennie: “Je krijgt mensen op je erf. Ze zien wat een boerenbedrijf inhoudt. Je krijgt vragen over hoe lang de koeien buiten lopen. Zo helpen we de kloof tussen boer en burger te verkleinen. Mensen willen weten waar hun voedsel vandaan komt. De vraag naar ons rundvlees is enorm. En ze ontdekken dat biologisch niet schreeuwend duur is.” Auke vult aan: “Als je daarvoor veel betaalt in de supermarkt, dan ligt het vooral aan de tussenhandel.” Op de open dag die ze in april hielden, kwamen 500 belangstellenden af. “De auto’s stonden tot aan Baard langs de weg geparkeerd”, zegt Auke.

Wat de Stremlers in de afgelopen 25 jaar hebben geleerd is dat koeien en natuur uitstekend bij elkaar passen. “Ze hebben elkaar ook nodig. En al die weidevogels in het voorjaar, dat geeft ons zoveel energie.”

Of hun vogels geen last van predatie hebben? “Natuurlijk, dat was vroeger zo en dat zal ook altijd zo blijven”, zegt Auke. “Maar de situatie is wel anders dan vroeger. Als we zorgen dat er meer weidevogelgebied komt in plaats van raaigrasvelden zijn er meer geschikte broedgebieden en hebben we minder last van de vos en de buizerd.”

Low budgetboeren

‘Lowbudgetboeren’ noemt Auke Stremler hun huidige manier van veehouderij. Waarom niet veel meer boeren voor een kleiner bedrijf met lagere kosten kiezen? “Als je zwaar gefinancierd bent, dan kom je daar niet zomaar van los. Wij konden indertijd het roer omgooien dankzij de ruilverkaveling en het natuurgebied dat vrijkwam voor beheer. Maar elke boer die niet onder een schuldenjuk van de bank zit, zou het kunnen. Ik kan ze het van harte aanraden. Stap uit je comfortzone. Je hebt veel meer lol in je werk. Soms denk ik wel eens: waar zijn we indertijd mee begonnen? Dat was een bedrijf van altijd maar meer productie. Maar het brengt onder aan de streep niet altijd meer op.”

Friesch Dagblad, 30 december 2023, Aldjier/Landbouw pagina 10, 11 en 12.